Loading...
 

2 Samuël 6, 12b-15.17-19

2 Samuël 6, 12b-15.17-19: De ark in Jeruzalem

De tekst

’Bijbel in gewone taal’

(Deze Bijbeltekst komt uit de Bijbel in Gewone Taal, © Nederlands Bijbelgenootschap 2014, p. 457)

Maar toen David hoorde dat Jahwe zegen bracht over de familie van Obed-Edom en over heel zijn bezit, omdat de ark van God daar stond, ging hij erheen en bracht de ark van God uit het huis van Obed-Edom vol vreugde naar de Davidstad over. Nadat de dragers van de ark zes stappen gezet hadden, offerde David een gemeste stier. Onderweg danste hij geestdriftig voor Jahwe uit, alleen gekleed in een linnen efod. Zo brachten David en alle Israelieten onder gejuich en bazuingeschal de ark van Jahwe over.


De ark van Jahwe werd de stad binnengedragen en op haar plaats gebracht, midden in de tent die David voor haar had opgezet. Daarna droeg David brand - en slachtoffers op aan Jahwe. Na het opdragen van de brand - en slachtoffers zegende hij het volk met de naam van Jahwe van de legerscharen. Aan alle aanwezigen, naar alle Israëlieten die daar bijeenwaren, mannen en vrouwen, liet hij een plat brood, een klomp dadels en een rozijnenkoek uitdelen. Daarop ging iedereen naar huis



Dichter bij de tijd

(Bewerking: C. Leterme)

Vol vreugde bracht David de ark van God
uit het huis van Obed-Edom naar de Davidstad.
Telkens als de dragers van de ark zes stappen deden,
offerde David een gemeste stier.
Onderweg danste hij heel enthousiast voor God uit,
alleen gekleed in een linnen efod.
Zo brachten David en alle Israëlieten de ark van God over
onder gejuich en bazuingeschal.

De ark van Jahwe werd de stad binnengedragen
en op haar plaats gezet,
midden in de tent die David ervoor had opgericht.
Dan droeg David brand - en slachtoffers op aan God.
Daarna zegende hij het volk
met de naam van God van de legerscharen.
Hij liet plat brood, droge dadels en rozijnenkoek uitdelen
aan alle aanwezigen, alle Israëlieten die daar bijeenwaren,
mannen en vrouwen,
Daarna gingen ze allemaal naar huis.



Stilstaan bij …

David
David was de tweede koning van Israël.

Ark
De ark was een soort kist, een koffer van accasiahout (1,25 x 0,75 x 0,75) met goud bedekt. Bovenop de ark waren twee engelen die a.h.w. een zetel maakten waarop de onzichtbare God troonde. De ark was voorzien van ringen waardoor men draagstokken kon steken, zodat men ze gemakkelijk kon opnemen. Hierdoor had ze een grote beweeglijkheid. De ark werd het symbool van de tegenwoordigheid van de onzichtbare God. Waar de ark was, daar was God.
In de ark werden de stenen bewaard waarop de tien geboden waren gegrift.

Obed Edom
(= knecht van Edom)
David liet de ark in zijn huis bewaren na de dood van Uzza. De ark bleef daar drie maanden.

Efod
Een soort lendenschort.

Alleen gekleed in een efod
Dat David halfnaakt danst bij het overbrengen van de ark naar Jeruzalem, toont dat hij zich klein maakt voor God. Zo geeft hij te kennen dat uiteindelijk alleen God zelf koning is.

Droge dadels
Lees meer





Bij de tekst

Historische benadering

Dit verhaal situeert zich op een scharniermoment in de geschiedenis van het joodse volk.
De ark vertegenwoordigt het nomadenleven: net als nomaden is God niet aan een plaats gebonden.

De tempel hoort bij een sedentair leven: zoals de joden zich vestigden in Palestina en er het leven van landbouwers overnamen, zo krijgt God een vaste plaats in de tempel.




De Ark

Wanneer de joden nu spreken van de Ark, bedoelen ze een kast in de synagoge waarin de torarollen bewaard worden. (De ‘tora’ zijn de vijf eerste boeken van de bijbel. In deze boeken zijn veel wetteksten te vinden. Men zegt dat Mozes deze boeken geschreven heeft)
Voor de kast hangt er een zwaar gordijn dat geborduurd is en doet denken aan het voorhangsel in de vroegere tempel.
Ark Synagoge



Relatie God / koning

Door God bij zijn woonplaats te betrekken wil David zijn gezag als koning vergroten.
Hij werd daarbij beïnvloed door Egypte, waar een koning werd gezien als een sacrale figuur, de vertegenwoordiger van God op aarde, die intiem met God verbonden was en vaak zelfs de 'zoon' van god genoemd.
Niet iedereen kon zich vinden in die verbinding God / koning.



Spreken over God

De Bijbel vertelt hoe de ark in de woestijn meegedragen werd op de tochten van de Israëlieten en hoe ze onder een tent (de tabernakel) beschut werd. Dat deze beweegbare ark een definitieve plaats kreeg in Jeruzalem, verwijst naar de overgang van het zwervende nomadenleven naar een sedentair boerenbestaan. De trekkende God van de nomaden wordt een God met een vaste woonplaats.

Zo worden twee manieren zichtbaar om zich God voor te stellen:
. statisch: God, is op één plaats gevestigd en staat ter beschikking van de mens: hij is 'onder handbereik' van koning en volk
. vrij: God heeft zijn volk geleid, gaat waar hij wil, zijn aanwezigheid en daden zijn niet te voorzien.





Suggestie 

Grote kinderen

EVEN TESTEN

Waar of niet waar?

UitspraakWaarNiet waar
Een ander woord voor de Ark van het verbond is 'tabernakel'. x
David koos Betlehem als hoofdstad van zijn koninkrijk. x
David sprong en danste voor de Ark. x
De ark is het beeld van de aanwezigheid van God tussen de mensen. x
David plaatste de ark in zijn paleis. x
David deelde broden uit aan de mensen. x






Overweging

Paul Kevers

David danst voor God

(P. KEVERS in Samuel plus, Uitgeverij Averbode, 2006 nr 2)

Na de dood van koning Saul heeft David de twaalf stammen van Israël verenigd tot één koninkrijk. Hij heeft van Jeruzalem de nieuwe hoofdstad gemaakt en er een paleis gebouwd. Nu wil hij van Jeruzalem ook het religieuze centrum maken. Hij laat de ark van het verbond, het draagbare heiligdom uit de tijd toen Israël nog door de woestijn zwierf naar Jeruzalem overbrengen.

Het wordt een groot uitbundig feest, waar iedereen aan meedoet. God komt te midden van zijn volk wonen! David heeft zijn koninklijke gewaden afgelegd. Hij mengt zich onder het volk. Hij danst mee met de mensen. Hij voelt zich daar niet te goed voor. Want in Gods ogen zijn alle mensen evenwaardig. Iedereen moet kunnen feesten en daarom laat David aan allen voedsel uitdelen.